Wat kan je allemaal met appelazijn?

Een vet-killer

Japanse wetenschappers toonden aan dat appelazijn effectief kan zijn bij afvallen. Ze ontdekten dat azijnzuur vetverbranding stimuleert en vetopslag tegen kan gaan.

Lees ook: ’12 redenen om grapefruit te eten’

Kortslipbestrijder

Voel je een koortslip opkomen? Breng met een wattenstaafje wat appelazijn op de tintelende plek. Appelazijn werkt als antiviraal middel waardoor je een uitbraak kunt voorkomen. Heb je al een koortslip? Dan helpt appelazijn de blaasjes uit te drogen en doodt het bacteriën.

Goed voor je darmflora

Appelazijn zit vol goede bacteriën en deze hebben een positief effect op je darmen. Ze verminderen darmkrampen, een opgeblazen gevoel en gasvorming.

Tegen kalknagels

De enzymen in appelazijn kunnen kalknagels verminderen. Breng gedurende een week elke dag een druppel appelazijn aan op je kalknagels. Na enkele dagen zal je al verschil zien!

Zachte en schone huid

Appelazijn werkt zuiverend dankzij de antibacteriële eigenschappen. Zo verwijder je eenvoudig onzuiverheden van je huid. Meng wat appelazijn met water, breng aan op en wattenschijfje en dep je gezicht er meer schoon.

Tegen jeuk

Het zuur in de azijn helpt tegen jeuk. Verdun een scheut azijn met water en breng aan op eczeem of op een muggenbult.

Als conditioner

Appelazijn werkt als een natuurlijke conditioner. Het laat je haar glanzen en maakt het heerlijk zacht. Vul een lege shampoofles met water en een eetlepel appelazijn. Breng aan na je shampoo en spoel het goed uit.

Na een dagje zonnen

Iets te lang in de zon gezeten zonder je in te smeren met een beschermende factor? Kalmeer je zonverbrande huid met appelazijn door een kopje azijn aan je badwater toe te voegen.

Bij een slechte adem

Bacteriën in je mond kunnen zorgen voor een slechte adem. Appelazijn is bacteriedodend en vermindert dus heel simpel de vieze geur.

Let op!

Neem appelazijn nooit puur in. Het heeft een te hoge zuurgraad voor je maag en slokdarm. Verdun het daarom altijd met water.

Bron: Santé november 2016 Tekst: Mara Ruijter